vrijdag 18 mei 2018

Naar een vergevingsgezinde berm: een voorproefje

Wat hangt Nederland precies boven het hoofd, met de aangekondigde ministersplannen voor een 'vergevingsgezinde berm'?
Voor een kijkje in de keuken heb ik het in 2017 door de provincie Gelderland en de gemeente Eelerwoude gepubliceerde beleidsonderzoek 'Integrale afweging bomen langs N319' maar eens aandachtig doorgelezen.
Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen na analyse - op onder meer logica, wetenschappelijke onderbouwing en gebruikte argumentatie - van dit rapport.
Voor een uitgebreide toelichting zie mijn eerdere bericht over het rapport. 

Algemene kennismaking met het rapport

A1: Over de vergevingsgezinde berm
De vergevingsgezinde berm blijkt breed, héél breed. Waar een gewone provinciale weg in totaal een breedte heeft van 6 á 6,5 meter, met mogelijk een kleine uitloop aan weerszijden van de streep, komt daar voor een N-weg mét 'vergevingsgezinde berm' zomaar 9 á 12 meter bij. Het gaat dus om 2,5 á 3 keer de huidige voor de weg gereserveerde ruimte, in het geheel tussen de 15 en 20 meter breed. De extra strook is weliswaar niet verhard, maar dient geen enkel ander doel dan de weg. Oftewel: vele vierkante meters niemandsland.


Afbeelding 1. "Rural country road, long and straight, undulating to horizon..."; Afbeelding verkregen via 'Free long road images'.

A2: Zomereiken langs een oude handelsroute
Het beleidsrapport gaat over de N319, een oude handelsroute. De bomen aan weerszijde van deze weg blijken zomereiken van anderhalve eeuw oud. Ongelukkig genoeg de boomsoort met de allerhoogste natuurwaarde. Bovendien kunnen zomereiken in optimale omstandigheden duizend jaar oud worden.

A3: N319: aanpak in hoofdlijnen
Bij de afweging om wel of niet tot kap over te gaan worden de volgende thema's meegewogen: 1)verkeersveiligheid 2)vitaliteit bomen 3)ecologie 4)landschap 5)draagvlak.
Een onbekend aantal ambtenaren van de provincie Gelderland en de gemeente Eelerwoude leverden input, evenals zestien over vier werkgroepen verdeelde omwonenden.
De N319 wordt onderverdeeld in zestien compartimenten, A tot en met P.

A4: Compartimenteren = faseren?
De compartimentering van de N319 blijkt na aandachtig lezen van het rapport vooral samen te hangen met fasering van de kapwerkzaamheden. 
Kap van alle oude laanbomen ineens zou volgens de samenstellers neerkomen op kaalslag, waarvoor vermoedelijk geen 'draagvlak' aanwezig is onder de bevolking.
Tussen de regels door blijkt echter dat de oude bomen er zonder aanzienlijke burgerlijke tegenwerking op termijn vrijwel allemaal aan zullen gaan.
Om de bevolking de bittere pil van de kap van vele oude zomereiken (uit 1875!) blijmoedig te laten slikken worden verschillende beproefde methodes uit de kast getrokken, waaronder dus fasering onder het mom van compartimentering. 

Problemen met het rapport

P1: Een opvallend hoog copy/paste gehalte
Ondanks de opdeling in zestien compartimenten blijkt het aantal geboden oplossingen beperkt.
Verder wekt het leeuwendeel van het rapport - de uitwerking voor de zestien compartimenten - ondanks het grote aantal pagina's de indruk op een verveelde namiddag in elkaar te zijn geflanst.
Zo keren diverse passages in pakweg de helft van de hoofdstukken in exact dezelfde bewoordingen terug. 
In alle compartimenten blijkt de nadruk te liggen op de 'autonomie', 'eenduidigheid' en 'symmetrie' van een voor de gelegenheid in het leven geroepen en opvallend magere 'landschapsvisie' die vooral aanleiding blijkt te geven tot kappen, kappen en nog eens kappen.

P2: Gebrekkige oorzaak-gevolg relaties
In het rapport worden verschillende problemen geformuleerd, waarvan het probleem van de verkeersdoden ten gevolge van een aanrijding met een boom het voornaamste is (zie de eerste alinea van het rapport).
Een tweede met name genoemd probleem is de aantasting van de oude bomenlaan.
Langs de N319 blijken in het verleden op diverse trajecten (grote) gaten te zijn gevallen in de groenstructuur.
Aanvankelijk worden er verschillende heldere redenen genoemd voor deze aantasting: wegverbredingen, kabels en leidingen en strengere normen voor verkeersveiligheid.
Interessant is de plotselinge overgang naar een geheel ándere oorzaak voor deze 'onsamenhangende groenstructuur': het ontbreken van een integrale landschapsvisie.
Zo kan het gebeuren dat de aangedragen oplossing voor een specifiek in het rapport genoemd probleem ('gatenkaas' ten gevolge van kap in het verleden) de officiële oplossing blijkt voor een ánder - ad hoc in het leven geroepen! - probleem, te weten het ontbreken van een landschapsvisie.
Over het belangrijkste probleem, zoals geformuleerd in de eerste alinea van het rapport (verkeersdoden ten gevolge van aanrijding met laanbomen) wordt in de rest van het rapport echter gek genoeg helemaal niet meer gerept.

Kortom: het probleem (de verkeersdoden na aanrijding met een boom) dat, nota bene, de aanleiding vormde voor dit beleidsonderzoek verdwijnt al na pagina 4 van het 57(!) pagina's tellende rapport naar de achtergrond.
In plaats daarvan wordt in het rapport ongemerkt een ander kernprobleem geformuleerd (het 'ontbreken van een landschapsvisie') waarvoor vervolgens voortvarend een passende oplossing wordt bedacht (kappen, kappen en nog eens kappen).

Een en andere doet vermoeden dat de oplossing (kappen) voor een ad hoc in het leven geroepen probleem ('gatenkaas') in feite de oplossing is voor het op de eerste bladzijde in de eerste alinea geformuleerde probleem (verkeersdoden ten gevolge van aanrijding met een boom).
Dit probleem vormde immers de aanleiding voor dit beleidsrapport.
Nog interessanter is dat het later in het rapport nadrukkelijk benoemde probleem ('onsamenhangende groenstructuur') natuurlijk juist een gevolg was, ís en - dit laatste dankzij de huidige, voortvarende generatie ambtenaren - zál zijn van... kap.
Kap van oude laanbomen - hoe asymmetrisch, veelduidig en (zo je wilt) holistisch (dit in tegenstelling tot 'autonoom') ook - levert immers geen winst op voor het landschap, maar bijna per definitie verlies.
Want elke eerbiedwaardige oude eik is er één:


Afbeelding 2. N319, traject 130, 'oude bomenlanen begeleiden ook nu nog de N319'

Maar het in de toekomst te verwachten landschapsprobleem - het vrijwel geheel ontbreken van eeuwenoude bomen - is voor de volgende generaties.
Voor de goede orde: op afbeelding 2 is een voorbeeld te zien van een 'niet intacte' bomenlaan uit het volgende plaatje:


Afbeelding 3: Bomenlaan aangemerkt als 'niet intact' en Bomenlaan aangemerkt als 'intact'. Hoe het 'omslagpunt' naar 'niet intact' eruitziet ('in verval') blijft onduidelijk. Zie pagina 12 rapport

Alsof ze zich vagelijk bewust zijn van de oorspronkelijke aanleiding van het rapport - de direct gevoelde noodzaak om het aantal aanrijdingen met bomen te verminderen - merken de auteurs op dat deze status niet per definitie(!) bepalend is voor 'het ingrijpmoment op korte of lange termijn'.
Wel blijkt de status een belangrijke 'graadmeter' voor de 'landschappelijke impact van de maatregel', waarbij 'niet intact' letterlijk betekent: 'voorkeur voor kap en aanplant op korte termijn'.
De wat cryptische formuleringen 'ingrijpmoment' en 'landschappelijke impact van de(!) maatregel' - waarbij zowel 'ingrijpmoment' als 'maatregel' betrekking hebben op kap van de bestaande oude bomen - doen alweer, evenals de bij A4 genoemde 'compartimentering', vermoeden dat 'de' maatregel (kap) op de langere termijn hoe dan ook in vrijwel alle compartimenten doorgang zal vinden.
'Intact' staat in dit rapport dan ook letterlijk voor: 'voorkeur voor behoud op korte termijn'.

Kortom: in het beste geval éven uitstel van executie voor een prachtige, en in veel gevallen zelfs volledig intacte, anderhalf eeuw oude eikenlaan!
Grote delen van de N319 als 'niet intact' (rommelig) bestempelen ruimt in ieder geval 'op korte termijn' alvast lekker op!
Want zoals bekend maken we met 'rommel' snel (en zonder veel verzet) korte metten, in dit efficiënte en doelgerichte tijdperk.

P3: Landschapsvisie: een kwestie van schaal
De eerdergenoemde landschapsvisie past op minder dan een A4-tje.
Naast de kernwaarden 'symmetrie', 'eenduidigheid' en 'autonomie' is er onderstaande tekening:


Afbeelding 4. Landschapsvisie, afgezet tegen huidig beeld.
(27-03-2017, provincie Gelderland)

Niet toevallig wordt de oude bomenlaan (zie afbeelding 2) door de makers van de visie beoordeeld als asymmetrisch en weinig eenduidig (rommelig).
Dit omdat er links of rechts af en toe een oude eik ontbreekt, géén gezicht!
Kappen dan maar.
Maar na kap van (delen van) de oude laan zal de laan weliswaar 'symmetrischer' en 'eenduidiger' geworden - anders gezegd: kaler - maar is uit de verte helaas niet langer als hoofdweg te herkennen.
Dit omdat in dat geval de veel smallere parallelweg, waar nog wél bomen staan (die aanvankelijk in het niet vielen bij de reuzen langs de laan, zie afbeelding 2), ineens met de kaalgeslagen hoofdrijbaan gaat concurreren (zie afbeelding 2, parallelweg rechts in beeld).

Daar zit je dan, met een mooi 'symmetrisch' en heerlijk 'eenduidig' stuk... asfalt! 
Grote kans, kortom, dat dáár geen draagvlak voor is bij de mensen.
Geen nood: dan roepen we nog een derde kernwaarde in het leven: 'autonomie'.
'Autonomie van de hoofdrijbaan' betekent dat de hoofdrijbaan de belangrijkste is en dus - visueel gezien - bovenin de hiërarchie moet staan.
Maar als de bomen langs de hoofdrijbaan klein zijn, dan moeten de bomen langs de paralleleg nóg kleiner zijn om deze (reeds bestaande!) hiërarchie te realiseren!
Dat is lastig, want als je alle bomen langs de hoofdweg kapt en vervangt door jonge aanplant, kom je ter vervanging van de bomen langs de parallelweg al zo'n beetje in de categorie Bonsai-boompjes terecht.
Gelukkig zijn de bedenkers van de landschapsvisie niet voor één gat te vangen: waarom niet gewoon één gehele rij langs de parallelweg kappen? 

Dat is tevens een erg praktische, economische en resultaatgerichte oplossing, want zo kan de parallelweg meteen dienen als kweekvijver voor de benodigde herplant langs de kaalgeslagen hoofdrijbaan.
De boompjes langs de parallelweg kunnen immers met één doeltreffende beweging met een grote kraan naar de hoofdrijbaan worden getild!
Op de tekening (bovenste laan,'visie') is inderdaad te zien dat de rij bomen aan de kant van de hoofdrijbaan is weggehaald.
Dat is handig, want zo hoeven de te verplaatsen bomen niet óver de andere rij heen te worden getild.


Nogmaals afbeelding 4.
Landschapsvisie, afgezet tegen huidig beeld.
(27-03-2017, provincie Gelderland)

De schaal van de bomen op de tekening klopt natuurlijk niet helemaal.
Dat is jammer, want schaal is álles, tenminste in de beleving van het landschap. 
Zo bestaat de bovenste laan ('visie') gek genoeg uit dikke bomen. 
Het is dus, om precies te zijn, een TOEKOMST-visie.
Als de dikke stippen bij 'huidig' te vergelijken zijn met de dikke stippen bovenin, dan gaan er ongeveer zes generaties overheen voordat deze 'visie' werkelijkheid is geworden:


Afbeelding 5. Zomereik van een kweker: ongeveer het (betaalbaar) formaat zomereik dat gewoonlijk wordt herplant ter vervanging van gerooide bomen.
Afbeelding verkregen via: Tenhoven bomen

P4: Over het creëren van draagvlak
Waarom eigenlijk al die moeite om er een 'landschapsvisie' bij te slepen terwijl het de beleidsmakers in de eerste alinea van het rapport duidelijk te doen is om het terugdringen van het aantal verkeersdoden ten gevolgen van aanrijdingen met bomen? 
Antwoord: veel burgers hebben moeite met het kappen van oude bomen.
Misschien kunnen ze niet zo goed zeggen waarom, maar het 'voelt' niet goed.
Zo kunnen burgers last hebben van landschapspijn
Maar er zijn wel degelijk 'rationele' en zelfs wetenschappelijke redenen aan te voeren om terughoudend te zijn met de kap van oude bomen, zeker als deze zo'n hoge natuurwaarde hebben als de eik.

Eventuele - terechte of onterechte, rationele of irrationele - maatschappelijke weerstand moeten we dus voor zijn, en de nostalgische types of zelfs milieufreaks pakken op hun zwakke plek: het landschap!
Helaas zou ik zelf als kernwaarde van een aantrekkelijk en typisch Nederlands landschap andere kernwaarden kiezen dan 'symmetrie' of 'autonomie van de hoofdrijbaan'.
Om het over 'eenduidigheid', de meest vervelende van alle kernwaarden - saai, voorspelbaar, onnatuurlijk, oninteressant, vlak, ondiep, troosteloos, enzovoort - niet te hebben.

P5: Waarover niet gesproken wordt
Over de onderhoudskosten van oude (laan)bomen wordt in dit rapport met geen woord gerept.
Dit probleem wordt echter wél benoemd in een interessant rapport - 'Geld verdienen aan bomenbeleid, kan dat?' - over de gemeente Lochem, in depot bij de universiteit Wageningen.
Ook hier blijkt 'draagvlak' een probleem. 
Hoewel grootstedelijke burgers volgens dit rapport mondiger zijn, verwacht men dat ook Lochemse burgers 'hun mondje zullen roeren' zodra er laanbomen gekapt zullen worden.

P6: De commissie speelt voor God
Natuur, milieu en ecologische waarden worden met behulp van de landschapsvisie succesvol op een zijspoor gerangeerd.
Dat wil zeggen: geparkeerd onder het nogal plichtmatig aandoende tussenkopje 'ecologie' waarin vooral sprake is van de noodzaak 'ontheffingen' te verkrijgen.
Linksom of rechtsom: die 'obstakelvrije' berm moet en zal er op termijn komen, al is het ten koste van al het andere.

P7: Over het stellen van de juiste vragen
In de wetenschap wordt het stellen van zinnige survey-vragen gewoonlijk ingegeven door gedegen literatuuronderzoek en een daaruit voortvloeiende, door bewezen feiten ondersteunde, theorie. 

Afbeelding 6, schijfdiagram uit het rapport.
"Vraag 3: Is het vanuit landschappelijk oogpunt wenselijk om bomen te kappen om zo de bomenstructuur ook in de toekomst in stand te houden? "Nee, 19%", "Ja, 81%"
(27-03-2017, provincie Gelderland)

Hiervan is bij bovenstaande vraag naar de wenselijkheid van kap vanuit landschappelijk oogpunt geen sprake.
In een beleidsrapport over het vermijden van verkeersdoden ten gevolge van aanrijdingen met bomen slaat deze vraag immers als een tang op een varken.
Wel zie ik de krantenkoppen naar aanleiding van dit onderzoek in - bijvoorbeeld - De Telegraaf al voor me: "81% BURGERS STEUNT MINISTERSPLANNEN BOMENKAP N-WEGEN".

Ook de volgende survey-vraag uit het rapport is in dit verband interessant: 


Afbeelding 7, schijfdiagram uit het rapport.
"Vraag 2: Eigenaren moeten belangrijke stem krijgen in kappen van 'zichtbelemmerende' bomen langs hun uitrit. Ja: 87%, Nee 13%" (27-03-2017, provincie Gelderland)

Het is bekend dat de meeste mensen best van bomen houden, tenzij er vogelpoep op hun eigen auto valt, of buurmans boom hun eigen, duurbetaalde, hoogstpersoonlijke privé-zonnetje belemmert.
Zie hiervoor bijvoorbeeld de momenteel vertoonde arthouse film 'Under the tree'.
Wie de vragen zó stelt zou echter ten onrechte de indruk kunnen wekken dat de meeste mensen in zijn algemeenheid 'tegen' bomen zijn, zodra deze ook maar enigszins in de buurt van autowegen staan.
Voor de goede orde: dit is niet zo.


Afbeelding 8. Aanwezigen bij de 'werksessies', tevens respondenten voor het survey.
(
27-03-2017, provincie Gelderland)

P8: Statistiek voor beginners?
Na herlezing blijkt het niet te gaan om survey-vragen, maar om gedurende 'werksessies' (zie afbeelding 8) achteloos gestelde vragen.
Aanwezig: een handjevol ambtenaren van de provincie Gelderland alsmede de gemeente Eelerwoude, plus 4 x 4 (maakt in totaal 16) 'omwonenden'.
Voor objectieve en statistisch relevante schijfdiagrammen met precies weergegeven percentages (81/87%) heb je echter minimaal honderd respondenten nodig!

P9: Achteloosheid met betrekking tot eventuele ontheffingsplicht
Om bomen te kappen die, bijvoorbeeld, belangrijk zijn voor vleermuizen heb je een ontheffing nodig.
In plaats van deze ontheffingsplicht te beschouwen als een aansporing om terughoudend te zijn met kap, gaan de beleidsmakers hier ál te blijmoedig mee om.
Als 'negatieve effecten op vleermuizen niet zijn uit te sluiten' dan... 'dient er een ontheffing voor vleermuizen aangevraagd te worden'!
Die vermoedelijk in de overgrote meerderheid - 95% van de aanvragen van een gewone kapvergunning wordt bijvoorbeeld ingewilligd - van de gevallen zal worden verleend.

Opvallend aan het rapport
Hieronder volgen enkele opvallende constateringen in het rapport

O1: De provincie Gelderland wil geen struiken
De gemeente Gelderland blijkt niets te zien in het voorstel van de minister om 'enorm dikke bomen' langs N-wegen te vervangen door 'mooie struiken'.
Want struiken moeten onderhouden worden. (evenals, overigens, oude bomen).
Verder zijn eventuele plotseling overstekende reeën tot het laatste moment onzichtbaar voor automobilisten.
Dit terwijl een aanrijding met een ree nogal eens dodelijk uitpakt.
Na kappen volgt in de toekomst dus mogelijk een rondje 'ruimen', in dit geval van nieuwe 'obstakels'.

O2: Hagen dan maar?
Vroeger bestonden grote delen van Nederland uit 'coulissenlandschap' met oude hagen die een vele diersoorten herbergden.
Vanwege onderhoudsgevoeligheid zijn deze hagen juist allemaal verdwenen.. 
De gemeente Gederland blijkt dan ook 'terughoudend' met hagen vanwege de hoge kosten.

O3: Een indrukwekkend relativeringsvermogen!
Om onderstaande tekst over ecologische waarden van commentaar te voorzien heb ik de verschillende zinnen genummerd:
1) Ecologie Bomenrijen kennen hoge en specifieke natuurwaarden. Boombewonende soorten als vleermuizen en roofvogels zijn sterk afhankelijk van (omvangrijke) bomen en of lijnvormige laanstructuren. 2) Het aanpassen van bomenlaan naar een struweel en/of haag heeft invloed op de ecologische betekenis van de groenstructuur. 3) Daar waar soorten nu de boomtoppen gebruiken als verbindingsroute, zal het verplaatsen bij vervanging naar struweel veel dichter bij de grond/ bij de weg plaats vinden. 4) Het vervangen van een bomenlaan naar struweel/hagen tast het leefgebied van huidige soorten, maar creëert weer leefgebied voor andere soorten. 5) Daarbij hebben de boombewonende soorten minder last van verkeer dan soorten die aan struweel/hagen zijn gebonden. 6) Provincie is voorzichtig met het plaatsen van struweel langs wegen in verband met het vroegtijdig signaleren van overstekend wild. (27-03-2017, provincie Gelderland)
Ad 1) Eens
Ad 2) Eens.
Ad 3) Oneens. Soorten die hooggelegen verbindingsroutes nodig hebben, verdwijnen domweg voorgoed zodra zij aangewezen zijn op struikgewas (zie ook Ad 4).
Ad 4) Hier stuiten we op blijmoedig optimisme: sorry roofvogels, sorry vleermuizen, zoek het uit! 
We kunnen alleen maar voor jullie hopen dat andere provincies en gemeenten meer oog hebben voor ecologische waarden, zodat jullie tenminste kunnen uitkijken naar een andere woonplaats!
Ad 5) Eens, helaas. Voor de goede orde: niet 'boombewonende' soorten zullen wij na aanplant van struikgewas in nóg grotere aantallen langs de weg zien liggen dan nu al het geval is.
Ad 6) Eens (zie O1). Zo komt nu al - nog zónder noemenswaardig struikgewas langs doorgaande wegen - jaarlijks ongeveer tien procent van de reeën-populatie om door het verkeer.

Een vergelijkbare relativerende achteloosheid is terug te vinden in de omgang met een individuele 'zeer oude, omvangrijke eik' met A-status, zeer vitaal, op leeftijd, beeldbepalend, monumentaal, maar desalniettemin bij het ontbreken van al teveel weerstand ten dode opgeschreven.

Conclusie
Als dit ons voorland is, met betrekking tot de recent gelanceerde plannen van minister Cora van Nieuwenhuizen, dan is het niet best.
Een provinciale weg met een vergevingsgezinde berm blijkt een opvallend breed niemandsland in het landschap en zal dan ook onvermijdelijk leiden tot verdere, door veel burgers ongewenst geachte, schaalvergroting en eentonigheid.
Door de minister voorgestelde alternatieven als hagen en struikgewas blijken vanwege de hoge kosten en het gevaar voor aanrijdingen met reeën ongewenst.
'Compartimentering' van provinciale wegen blijkt bedoeld om de kap gefaseerd (behapbaar) op te dienen in de hoop burgerlijk verzet zoveel mogelijk te voorkomen.  
Verder zullen meerdere provincies en gemeenten de bestrijding van de verkeersdoden vermoedelijk dankbaar aangrijpen als excuus om op termijn van de hoge onderhoudskosten - snoei, filevorming door obstakels op de weg na een storm, afvoer van grote aantallen bladeren - voor oude bomen af te komen.
Niets blijkt hierbij heilig: eeuwenoude eiken niet, aloude vleermuisroutes niet, vogels niet, reeën en andere zoogdieren niet en het landschap, de streekeigen identiteit en cultuurgeschiedenis al helemaal niet.
Ontheffingsplicht in verband met onder meer vleermuizen wordt door de Gelderse ambtenaren gezien als een hobbeltje om te nemen, in plaats van een serieuze waarschuwing voor onomkeerbare ecologische schade.

Om 'draagvlak' onder burgers te creëren zullen kapgrage ambtenaren en beleidsmakers niet terugdeinzen voor onder meer manipulatie, misleiding, diverse afleidingsmanoeuvres, op niets gebaseerde cijfers, gebrekkige (volstrekt onwetenschappelijke) oorzaak-gevolg relaties en zelfs bedrog. 
De oude eikenlaan langs de N319 uit 1875 zal uiteindelijk - zonder actief verzet van de bevolking - geheel worden gekapt.
Omdat de smalle parallelweg, waar nog wel bomen staan, in dat geval 'autonomer' zal worden dan de hoofdrijbaan, wordt één rij langs de parallelweg vervolgens eveneens gekapt, of - indien mogelijk - verplaatst naar de inmiddels kaalgeslagen hoofdrijbaan.
Ter legitimering van een en ander maken de Gelderse ambtenaren gebruik van een in de haast gecreëerde 'landschapsvisie' - kernwaarden: 'symmetrie, eenduidigheid, autonomie' - die al vanaf pagina 4 van een 57 pagina's tellend rapport ongemerkt eigenlijke aanleiding voor de grootschalige kaalslag (verkeersdoden ten gevolge van aanrijdingen met bomen) verdringt.
Dit alles om ten onrechte de (helaas slecht controleerbare) suggestie te wekken dat - nota bene! - de kap van grote aantallen eeuwenoude eiken zal bijdragen aan de aantrekkelijkheid van het landschap, in plaats van dit duurzaam (voor vele generaties) grote schade toe te brengen (te verwoesten). 

Kortom: als wij als burgers onze stem niet massaal(!) en doelgericht laten horen, zullen de ministersplannen op termijn leiden tot grootschalige verwoesting van het landschap en een algehele ecologische ramp.
Ook zal het betekenen dat monumentale eiken - toch al schaars in Nederland - zoals op afbeelding 8 definitief tot het verleden zullen behoren:


Afbeelding 8. Voorbeeld van een 'zeer oude omvangrijke eik': een 365 jaar oude zomereik in New Jersey.
Afbeelding verkregen via: New Yersey Herald

Geen opmerkingen:

Een reactie posten